slikje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slik·je

Zelfstandig naamwoord

slikje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord slikke
  2. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord slik