sich entschließen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • sich ent·schlie·ßen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
sich entschließen
entschloss sich
(hat) sich entschlossen
Klasse 2 sterk volledig niet scheidbaar

Werkwoord

sich entschließen

  1. wederkerend besluiten tot
    «Der Rat hat sich für die Gründung einer Stiftung entschieden
    De raad heeft besloten tot het oprichten van een stichting.
Verwante begrippen