scheelden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • scheel·den

Werkwoord

vervoeging van
schelen

scheelden

  1. meervoud verleden tijd van schelen
    • Wij scheelden. 
    • Jullie scheelden. 
    • Zij scheelden.