saldi

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sal·di

Zelfstandig naamwoord

saldi mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord saldo
Synoniemen

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
72 % van de Vlamingen.