rugzakje
Uiterlijk
- rug·zak·je
| [2], [3] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | (rugzak) | (rugzakken) |
| verkleinwoord | rugzakje | rugzakjes |
het rugzakje o
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord rugzak
- alleen verkleinwoord persoonsgebonden budget, een bedrag waarvoor een patiënt zelf zorg kan regelen
- «Leerlingen met een rugzakje hebben een indicatie voor speciaal onderwijs.»
- alleen verkleinwoord (onderwijs) leerlinggebonden financiering, waarmee voor hulpbehoevende kinderen in regulier onderwijs passende voorzieningen kunnen worden betaald
- Het woord rugzakje staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -je in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Betekenis alleen als verkleinwoord in het Nederlands
- Onderwijs in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal