rijmpje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rijm·pje
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van rijm met het achtervoegsel -pje

Zelfstandig naamwoord

rijmpje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord rijm

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.