Naar inhoud springen

reparte

Uit WikiWoordenboek
  • IPA: /ʁə.paʁt/
vervoeging van
repartir

reparte

  1. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van repartir


vervoeging van
repartir

reparte

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van repartir
  2. gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van repartir