relationeel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·la·ti·o·neel
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen relationeel relationeler relationeelst
verbogen relationele relationelere relationeelste
partitief relationeels relationelers -

Bijvoeglijk naamwoord

relationeel

  1. met betrekking tot een relatie

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.