relateerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·la·teer·de

Werkwoord

vervoeging van
relateren

relateerde

  1. enkelvoud verleden tijd van relateren
    • Ik relateerde. 
    • Jij relateerde. 
    • Hij, zij, het relateerde.