rapalje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ra·pal·je

Zelfstandig naamwoord

rapalje

  1. verouderde spelling of vorm van rapaille van vóór 1955
     En wat een rapalje had hij om zich, landlopers en snollen!...[1]

Gangbaarheid

73 % van de Nederlanders;
36 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 13 mei 2020 Weblink bron August Vermeylen (red. Herman Teirlinck e.a.) De wandelende Jood in: August Vermeylen, Verzameld werk. Deel 1 (1952), Uitgeversmaatschappij A. Manteau, Brussel, p. 69
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be