radars

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ra·dars

Zelfstandig naamwoord

radars mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord radar

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.