presenciéis
Uiterlijk
| vervoeging van |
|---|
| presenciar |
presenciéis
- aanvoegende wijs tweede persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van presenciar
- gebiedende wijs (ontkennend) tweede persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van presenciar
| vervoeging van |
|---|
| presenciar |
presenciéis