presenciar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • pre·sen·ciar
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
presenciar
presenciaba
presenciado
volledig

Werkwoord

presenciar

  1. bijwonen
Synoniemen
Verwijzingen