polstasje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pols·tas·je

Zelfstandig naamwoord

polstasje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord polstas

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.