politoerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·li·toer·de

Werkwoord

vervoeging van
politoeren

politoerde

  1. enkelvoud verleden tijd van politoeren
    • Ik politoerde. 
    • Jij politoerde. 
    • Hij, zij, het politoerde.