politoeren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·li·toe·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
politoeren
politoerde
gepolitoerd
zwak -d volledig

Werkwoord

politoeren

  1. overgankelijk houten voorwerpen glad en glanzend maken
    • De restauratoren politoeren de antieke meubelen met schellak. 
Vertalingen

Gangbaarheid

58 % van de Nederlanders;
37 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be