Naar inhoud springen

poke

Uit WikiWoordenboek
  • po·ke
vervoeging van
poken

poke

  1. aanvoegende wijs van poken


vervoeging
onbepaalde wijs to  poke 
he/she/it  pokes 
verleden tijd  poked 
voltooid
deelwoord
 poked 
onvoltooid
deelwoord
 poking 
gebiedende wijs  poke 

poke

  1. onovergankelijk  porren ww 
  2. overgankelijk een por geven
  3. overgankelijk in een bepaalde richting duwen
  4. overgankelijk, (informatica) een computergeheugen manipuleren (met een zgn. "POKE"-opdracht)
  5. overgankelijk (communicatie), (internet), (media) iemand anders op sociale media op de hoogte brengen van een activiteit
  6. overgankelijk, (seksualiteit) penetreren [2]
enkelvoud meervoud
poke pokes

poke

  1.  duw zn ,  poor zn ,  stoot zn 
  2. (hoofddeksel) (afk. van poke bonnet) luifelhoed
  3. (pejoratief), (persoon) lui, onbenullig of saai iemand; lapzwans, nietsnut, onbenul [2]
  4. (dierkunde), (VS) apparaat om te voorkomen dat huisdieren over de schutting e.d. springen
  5. (informatica) manipulatie van een computergeheugen
  6. (communicatie), (internet), (media) via sociale media verstuurd bericht over een activiteit e.d.