porren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • por·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
porren
porde
gepord
zwak -d volledig

Werkwoord

porren

  1. (inergatief) stoten met de hand, een stok of ander langwerpig voorwerp
    Hij porde eens flink in de verstopte afvoer en de verstopping schoot los.
  2. (overgankelijk) iemand ~: iemand in alle vroegte wakker maken
    Ik zal je wel porren!

Zelfstandig naamwoord

porren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord por