Naar inhoud springen

planeten

Uit WikiWoordenboek
  • pla·ne·ten

deplanetenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord planeet
     Als ik even knipperde, gleden er oranje hemellichamen door mijn blikveld, verflauwend tot kleinere planeten die om de omtrekken van de bomen heen dansten.[1]
     In zijn blik in die kamer aan de Bloemstraat zag ze een man die planeten met elkaar in botsing zag komen.[2]
  1. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332

planeten m

  1. nominatief bepaald enkelvoud van planet

planeten m

  1. nominatief bepaald enkelvoud van planet

planeten g

  1. nominatief bepaald enkelvoud van planet