Naar inhoud springen

plamuur

Uit WikiWoordenboek
  • pla·muur
enkelvoud meervoud
naamwoord plamuur -
verkleinwoord - -

plamuur mn

  1. (bouwkunde) opdrogende pasta waarmee gaten en oneffenheden in wanden of houten voorwerpen kunnen worden weggewerkt
vervoeging van
plamuren

plamuur

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van plamuren
    • Ik plamuur. 
  2. gebiedende wijs van plamuren
    • Plamuur! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van plamuren
    • Plamuur je? 
99 %van de Nederlanders;
95 %van de Vlamingen.[4]