plamuur
Uiterlijk
- pla·muur
- zn: geen meervoud direct van Middelnederlands plamen "uitvlakken" onder invloed van Frans planure zn "schaafsel" of indirect als naamwoord van handeling van plamuren ww (zonder het achtervoegsel -en); in de betekenis van ‘stopverf’ aangetroffen vanaf 1901 [1] [2] [3]
- ww: plamuren ww zonder de uitgang -en
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | plamuur | - |
| verkleinwoord | - | - |
plamuur mn
- (bouwkunde) opdrogende pasta waarmee gaten en oneffenheden in wanden of houten voorwerpen kunnen worden weggewerkt
| vervoeging van |
|---|
| plamuren |
plamuur
- Het woord plamuur staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "plamuur" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 95 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ " op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "plamuur" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Woord zonder meervoud in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Bouwkunde in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 95 %