plamuren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pla·mu·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
plamuren
plamuurde
geplamuurd
zwak -d volledig

Werkwoord

plamuren

  1. overgankelijk (bouwkunde) (met plamuur) steenachtige, houten of andere ondergronden (auto, gezicht) egaliseren of repareren
    • Als dat morgen droog is kan ik plamuren en kitten. 
Synoniemen
  • glad maken
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be