perfide

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • per·fi·de
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘trouweloos’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1902 [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen perfide perfider perfiedst
verbogen perfide perfidere perfiedste
partitief perfides perfiders -

Bijvoeglijk naamwoord

perfide

  1. trouweloos, vals, verraderlijk
    • Lang beklaagde men zich over het perfide Albion. 

Gangbaarheid

57 % van de Nederlanders;
70 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen