pauken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pau·ken

Zelfstandig naamwoord

pauken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord pauk

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.

Meer informatie