patta

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pat·ta
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

patta

  1. verouderde spelling of vorm van pata van vóór 2015
    • Hier zit Nina, groot postuur, in ruimvallende sportkleding en opvallende pattas gestoken, die met een Surinaamse tongval spreekt. [3]
    • ‘Strakke pattas, ouwe.’ NEE, NEE en nog eens NEE. Je bent niet een van hen, je bent docent en docenten praten netjes, als docenten. Dus geen Surinaamse woorden in het klaslokaal. [4]
    • Dat zijn dus kekke pattas. Of in normaal Nederlands: leuke sportschoenen. [5]

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Instituut voor Nederlandse Lexicologie (17 mei 2012). "Waar komen de geldtermen 'doni' en 'barki' vandaan?". Geraadpleegd op 24 juli 2012.
  2. "Amsterdams dialect" op mijnwoordenboek.nl. Geraadpleegd op 24 juli 2012.
  3. Scherpenzeel, Elisabeth van (17 maart 2007). "Nina: hard met een zacht randje". Kindamuzik. Geraadpleegd op 24 juli 2012.
  4. Masius, Jasmijn (5 maart 2009). "Handleiding voor de moderne docent". Trajectum. Geraadpleegd op 24 juli 2012.
  5. Dolk, Simone (25 maart 2012). "Kek!". Paper&Zout. Geraadpleegd op 24 juli 2012.