Naar inhoud springen

patřily

Uit WikiWoordenboek
  • IPA: /patr̝̊ɪlɪ/
  • pa·t·ři·ly

patřily

  1. onbezield mannelijk derde persoon meervoud verleden tijd van het imperfectieve werkwoord patřit
  2. vrouwelijk derde persoon meervoud verleden tijd van het imperfectieve werkwoord patřit
  3. onbezield mannelijk meervoud actief deelwoord van het imperfectieve werkwoord patřit
  4. vrouwelijk meervoud actief deelwoord van het imperfectieve werkwoord patřit