parse

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • parse

Werkwoord

vervoeging van
parsen

parse

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van parsen
    Ik parse.
  2. gebiedende wijs van parsen
    Parse!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van parsen
    Parse je?
  4. aanvoegende wijs van parsen


Engels

Uitspraak
vervoeging
onbepaalde wijs to parse
he/she/it parses
verleden tijd parsed
voltooid
deelwoord
parsed
onvoltooid
deelwoord
parsing
gebiedende wijs parse

Werkwoord

parse

  1. (taalkunde) (een zin) grammaticaal ontleden door de verschillende rededelen te onderscheiden en hun onderlinge verhoudingen aan te tonen