parsen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • par·sen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
parsen
parsete
geparset
zwak -t volledig

Werkwoord

parsen [1]

  1. (overgankelijk) (informatica) het automatisch syntactisch analyseren
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

17 % van de Nederlanders
18 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal