Naar inhoud springen

paralyses

Uit WikiWoordenboek
  • pa·ra·ly·ses

deparalysesmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord paralyse


vervoeging van
paralyser

paralyses

  1. tweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van paralyser
  2. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van paralyser