pakten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pak·ten

Werkwoord

vervoeging van
pakken

pakten

  1. meervoud verleden tijd van pakken
    • Wij pakten. 
    • Jullie pakten. 
    • Zij pakten.