półbóg

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Pools

Uitspraak
Woordafbreking
  • pół·bóg
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van pół ("half") en bóg ("god").

Zelfstandig naamwoord

półbóg m

  1. (mythologie) halfgod
    «Choć oskarżony o zabójstwo półbóg zdołał ujść kary.»
    Hoewel hij beschuldigd werd van de moord op een halfgod, slaagde hij erin aan zijn straf te ontkomen.