halfgod

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • half·god
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord halfgod halfgoden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

halfgod m [1]

  1. (mythologie) mens van goddelijke afkomst
  2. mens met buitengewone gaven
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen