overigens

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ove·ri·gens
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘bijwoord van modaliteit: voor het overige’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1735 [1]

Bijwoord

overigens

  1. buiten het zojuist genoemde om
    • Dat is overigens al eerder gezien. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen