Naar inhoud springen

ouvrir

Uit WikiWoordenboek
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ouvrir
/uvʁiʁ/
ouvrais
/uvʁɛ/
ouvert
/uvɛʁ/
derde groep volledig

ouvrir

  1. overgankelijk openen; open doen
  2. wederkerend s'~: zich openen; open gaan
    «En ce moment une porte cachée dans la tapisserie s’ouvrit et une femme apparut. Buckingham vit cette apparition dans la glace ; il jeta un cri, c’était la reine.»[1]
    Op dat moment ging een verborgen deur in de tapisserie open en verscheen een vrouw. Buckingham zag die verschijning in de spiegel; hij liet een kreet, het was de koningin!
  1. Bronlink Weblink bron “Les Trois Mousquetaires”, digitale editie op de Franse Wikisource van MM. Dufour et Mulat, 1849 (1844), p. 103