openbaarde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • open·baar·de

Werkwoord

vervoeging van
openbaren

openbaarde

  1. enkelvoud verleden tijd van openbaren
    • Ik openbaarde. 
    • Jij openbaarde. 
    • Hij, zij, het openbaarde.