ontploft

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·ploft
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van ontploffen: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
ontploffen

ontploft

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontploffen
    • Jij ontploft. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontploffen
    • Hij ontploft. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van ontploffen
    • Ontploft! 
  4. voltooid deelwoord van ontploffen