ontlaadde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·laad·de

Werkwoord

vervoeging van
ontladen

ontlaadde

  1. enkelvoud verleden tijd van ontladen
    • Ik ontlaadde. 
    • Jij ontlaadde. 
    • Hij, zij, het ontlaadde.