ontglipt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·glipt
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van ontglippen: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
ontglippen

ontglipt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontglippen
    • Jij ontglipt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontglippen
    • Hij ontglipt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van ontglippen
    • Ontglipt! 
  4. voltooid deelwoord van ontglippen