ontgint

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·gint

Werkwoord

vervoeging van
ontginnen

ontgint

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontginnen
    • Jij ontgint. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontginnen
    • Hij ontgint. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van ontginnen
    • Ontgint!