Naar inhoud springen

ongemoeid

Uit WikiWoordenboek
  • on·ge·moeid
stellend
onverbogen ongemoeid
verbogen
partitief ongemoeids

ongemoeid

  1. onberoerd, onveranderd, ongehinderd
    • Europese ontdekkingsreizigers ontdekten het gebied, maar lieten het ongemoeid van het begin van de 16e eeuw tot halverwege de 18e eeuw. 
  • Meestal bijwoordelijk of predicatief gebruikt, vaak in de verbinding "ongemoeid laten".
97 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be