ongelezen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·ge·le·zen
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen ongelezen
verbogen
partitief ongelezens

Bijvoeglijk naamwoord

ongelezen [1]

  1. van een tekst dat die tekst niet gelezen is en waarvan de inhoud dus onbekend is gebleven
    • Het boek had vele jaren ongelezen in de boekenkast gestaan. 
    • Dodsworth was de film waar Astor aan werkte tijdens haar beruchte rechtszaak. De lange arm van de filmstudio’s reikte ver in die jaren: Louis B. Mayer van MGM wilde koste wat kost voorkomen dat het dagboek naar buiten zou komen en een hernieuwde campagne tegen de morele verdorvenheid van Hollywood zou losmaken. Mayer had goede banden met de rechter in de zaak, Goodwin Knight, die niet toestond dat het dagboek werd ingebracht als bewijsmateriaal. Het verdween achter slot en grendel en werd twintig jaar later ongelezen verbrand.[2] 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Peter de Bruijn 3 januari 2017