omkeer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·keer

Werkwoord

vervoeging van
omkeren

omkeer

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van omkeren
    • ... dat ik omkeer. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
92 % van de Vlamingen.