omdraai

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·draai

Werkwoord

vervoeging van
omdraaien

omdraai

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van omdraaien
    • ... dat ik omdraai. 

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.