omdijkt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·dijkt
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van omdijken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
omdijken

omdijkt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van omdijken
    • Jij omdijkt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van omdijken
    • Hij omdijkt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van omdijken
    • Omdijkt! 
  4. voltooid deelwoord van omdijken
    • Deze kwelder kan beter niet omdijkt worden.