oefeningetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oe·fe·nin·ge·tje

Zelfstandig naamwoord

oefeningetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord oefening