nikkelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nik·ke·len
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van nikkel met het achtervoegsel -en
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen nikkelen

Bijvoeglijk naamwoord

nikkelen

  1. van nikkel vervaardigd
    • Hij kocht een nikkelen dekseldoos met gegraveerd wapendecor. 

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
68 % van de Vlamingen.