nichterig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nich·te·rig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen nichterig nichteriger nichterigst
verbogen nichterige nichterigere nichterigste
partitief nichterigs nichterigers -

Bijvoeglijk naamwoord

nichterig

  1. vrouwelijk doen zoals een mannelijke homofiel verondersteld wordt te doen
    • Behalve een onbeschrijflijk expressieve mimiek zet hij daartoe een mix van accenten in, waarin het Brabants en Limburgs dominant zijn. Een figuur kan vrouwelijke trekjes hebben, en van kakkineus of tuttig overhellen naar nichterig of verwijfd. Maar in zijn holster zit ook de onzekere jongen, de kakker met hoge stem, de burlende lefgozer of de arrogante cool guy. [1] 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Ron Rijghard 28 april 2016