netelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ne·te·len

Zelfstandig naamwoord

netelen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord netel
Synoniemen

Gangbaarheid

66 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.