multiplica
Uiterlijk
| vervoeging van |
|---|
| multiplicar |
multiplica
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van multiplicar
- gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van multiplicar
| vervoeging van |
|---|
| multiplicarse |
multiplica
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van multiplicarse