moesten
Uiterlijk
- moes·ten
| vervoeging van |
|---|
| moeten |
moesten
- meervoud verleden tijd van moeten
- Wij moesten.
- Jullie moesten.
- Zij moesten.
- Wij moesten.
- ▸ Helaas was er geen tijd om te genieten van het prachtige uitzicht want we moesten zo snel mogelijk de berg af zien te komen: het weer zou zo weer kunnen omslaan.[1]
- ▸ Het zeehondencentrum in Pieterburen is al sinds begin januari dicht voor publiek. Het personeel is bezig met de laatste voorbereidingen voor de verhuizing naar een modern onderkomen bij Lauwersoog. En daarvoor moesten de laatste zeehonden uit Pieterburen gisteren weg.[2]
- Het woord moesten staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑
Weblink bron “Pieterburen is echt (bijna) leeg na vrijlating Ollie en Brandy” (20 april 2025), NOS