meed

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • meed

Werkwoord

vervoeging van
mijden

meed

  1. enkelvoud verleden tijd van mijden
    • Ik meed. 
    • Jij meed. 
    • Hij, zij, het meed. 

Gangbaarheid

55 % van de Nederlanders;
44 % van de Vlamingen.