meed

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • meed

Werkwoord

vervoeging van
mijden

meed

  1. enkelvoud verleden tijd van mijden
    • Ik meed. 
    • Jij meed. 
    • Hij, zij, het meed. 

Gangbaarheid

54 % van de Nederlanders;
43 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be